Promotie Ruby Hall MSc

In september 2015 bespreekt Ruby Hall een verrassende conclusie uit haar promotie-onderzoek.

Promovenda Ruby Hall toont aan dat vroeggeboren kinderen na 2 jaar niet vaker hechtingsproblemen laten zien dan niet-vroeggeboren kinderen.

23 oktober 2015, 14.15 uur
Promotie mw. R.A.S. Hall
Locatie: Cobbenhagengebouw, Aula (ingang via Koopmansgebouw)

Titel: Preterm birth and beyond: attunement, affection and attachment
Promotores: prof. dr. H.J.A. van Bakel, prof. dr. A.J.J.M. Vingerhoets

Promovenda Ruby Hall toont aan dat vroeggeboren kinderen na 2 jaar niet vaker hechtingsproblemen laten zien dan niet-vroeggeboren kinderen.

Niet een vroeggeboorte, maar de aanwezigheid van negatieve en onrealistische percepties bij ouders over hun baby (vroeggeboren of niet-vroeggeboren) speelt een belangrijke rol in het ontstaan van hechtingsproblemen bij kinderen. Ouders met negatieve en onrealistische percepties laten minder sensitief en meer afstandelijk of opdringerig gedrag zien in de interactie met hun baby. Dit gedrag van ouders is een belangrijke factor in het ontwikkelen van hechtingsproblemen bij kinderen.

Daarnaast zag promovenda Ruby Hall dat het gedrag van ouders relatief stabiel bleef in de eerste twee jaar na de geboorte, zowel bij ouders van vroeggeboren kinderen als bij ouders van niet-vroeggeboren kinderen. Moeders en vaders die in de eerste maanden afstandelijk of opdringerig gedrag lieten zien in de interactie met hun baby lieten dit na 2 jaar nog steeds relatief vaak zien. Dit betekent dat ouders in de eerste periode al ondersteuning moeten kunnen krijgen als dat nodig blijkt.

Dat vaders een belangrijke rol spelen in de vroege ontwikkeling van het kind werd in het huidige onderzoek ook duidelijk. Vaders die in de eerste maanden na de geboorte van de baby evenwichtige, positieve ideeën hadden over hun baby, lieten sensitiever gedrag zien naar hun kind. Deze kinderen bleken zich op hun beurt beter cognitief ontwikkeld te hebben op 2-jarige leeftijd.

De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op een steekproef onder 231 moeders en 223 vaders van 231 baby’s (vroeggeboren en niet-vroeggeboren). De deelnemende gezinnen werden gevolgd vanaf de geboorte tot 24 maanden na de bevalling. Door middel van vragenlijsten, interviews, en (video-) observaties werd de relatie tussen ouder en kind bestudeerd.

U kunt nadere informatie vinden over deze promotie op de volgende link. Onder de menu keuze ‘Agenda’ scrolt u naar 23 oktober 2015.

https://www.tilburguniversity.edu/nl/actueel/agenda/show.htm