Interessant

Rouwverwerking van kinderen bij een overlijden

Auteur: Anne Perdaems

Een dierbare verliezen is een ingrijpende gebeurtenis, zeker als je nog jong bent. Het is voor een ouder een natuurlijke reactie om kinderen te willen beschermen tegen pijn en verdriet.

Het is echter niet te voorkomen, want ook kinderen krijgen te maken met verlies en overlijden van dierbaren.

De manier waarop kinderen met dit verlies omgaan is afhankelijk van verschillende factoren:

  • De ontwikkelingsfase van het kind
  • Het karakter van het kind
  • Het voorbeeld dat het kind vanuit de omgeving krijgt
  • Hoe het kind wordt opgevangen door de omgeving, hoe veilig voelt hij/zij zich?

Rouwverwerking per leeftijd:

Tot vijf jaar oud; deze kinderen hebben nog geen besef van wat de dood inhoudt. Omdat er op deze leeftijd nog geen tijdsbesef is, zien deze kinderen de dood vaak als iets tijdelijks. Woorden zoals ‘nooit’ en ‘voor altijd’ zijn te vaag voor hen. Dit maakt dat veel kinderen nog niet bang zijn voor de dood, pas daarom op dat u uw eigen angsten niet op hen overbrengt.

Kinderen op deze leeftijd zullen veel vragen hebben.  Als volwassene is het belangrijk dat je hen laat voelen dat je er bent voor hen. Beantwoord hun vragen en praat met uw kind over het verlies. Gebruik eenvoudige en concrete woorden. Vertel kinderen wat ze kunnen verwachten bij bijvoorbeeld de uitvaart.

Op deze leeftijd kunnen kinderen nog niet goed zeggen wat ze denken of voelen. Spel kan hierbij een helpend en troostend middel zijn. Omdat het kind de dood nog niet goed begrijpt, kan het tot onbegrijpelijke situaties, spelvormen of uitspraken leiden. Veroordeel het kind hier niet om; dit is voor het kind een manier van verwerken.

Tot negen jaar oud: op de leeftijd van vijf tot negen begrijpen kinderen vaak dat de dood definitief is, maar ze weten hier vaak nog niet mee om te gaan. Dit maakt ze kwetsbaar, angstig en vol verwarring. Het ene kind zal boos reageren in rouw, terwijl een ander juist stil is en er niet over wil praten. Ook kunnen kinderen bang zijn dat iemand anders ook doodgaat. Emoties kunnen snel wisselen.
Laat zien dat het normaal is om over de overledene te blijven praten, zodat het geen verboden onderwerp is. Als volwassene kun je hen helpen door rust en ruimte te creëren. Geef de gelegenheid om zichzelf te zijn en verdrietig en boos te zijn. Deze reacties horen namelijk bij het overlijden van iemand die belangrijk voor je is.

Negen tot twaalf jaar oud: een kind op deze leeftijd kan zich beter uiten, maar is zich ook meer bewust van de gevoelens van anderen. Hierdoor is het mogelijk dat zij hun verdriet proberen te verbergen, om jou als ouder geen pijn te doen of omdat niet kinderachtig gevonden te worden. Dit kan zich uiten in prikkelbaar of ‘moeilijk’ gedrag.
Alle emoties kunnen in de weg staan op school. Een kind kan zich misschien moeilijker concentreren. Rouwen kost namelijk energie, waardoor er minder ruimte is voor het leren van nieuwe dingen. Houd hierom contact met de leerkracht van uw kind.

Leren omgaan met de dood hoort bij de opvoeding van een kind. Door al eerder met je kind te praten over de dood, leert hij/zij dat het bij het leven hoort en dat erover praten mag.

Voor het rouwproces is het belangrijk dat momenten van verdriet afgewisseld worden met fijne momenten.

Algemene tips:

  • Houd zoveel mogelijk vast aan de dagelijkse structuur
  • Geef uw kind troost en positieve aandacht
  • Luister naar uw kind en benoem de emoties
  • Betrek uw kind bij het afscheid nemen en beantwoord vragen eerlijk
  • Lees samen over verlies en rouw, bijvoorbeeld: “Als verdriet op bezoek komt – Eva Eland”, “Alles wat was – Stine Jensen”, “Een boom vol herinneringen – Britta Teckentrup”, “Vaarwel – Nathalie Slosse”

Andere informatie die u kunt gebruiken:

Interessant

Positieve gezondheid

Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan én om zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Mensen zijn niet hun aandoening.